Onze vader

Onze vader is al heel lang dood. Ons moeder hebben we vandaag naar het crematorium begeleid. Ze is nu een gas en binnenkort ademen wij allen delen van haar in. Onze vader ligt onder de grond, achter de toren van de Petruskerk in Oisterwijk. Al sinds juli 1974. Op dit moment ben ik al zes maanden ouder dan dat mijn vader geworden is. Best een gek gevoel.

De molen

Rond 1870 had Piet van de Wouw een gouden idee: koppel een stoommachine aan je maalstoel en je maalt ook als het windstil is. Of als het stormt. Met die gedachte werden de panden Molenstraat 3, 5 en Spoorlaan 44, 42A (huidige nummering) gebouwd. De molen was gevestigd in Molenstraat 3. De rest was een soort stadsboerderij die er omheen gebouwd was. Een paar koeien, een paard, kippen en een stel varkens. Er werd goed geld verdiend in die tijden. Tot achter Heusden kwamen boeren met paard en wagen naar "Het stoom" in Oisterwijk toe omdat ze dan snel en betrouwbaar geholpen werden.
Rond de eeuwwisseling trouwde Piet van de Wouw junior met mijn opoe (Jans Scheffers) en betrok de zaak. Het gouden concept ging gewoon door.
Maar Piet junior had een zwakte: de jeneverfles. Hij verzamelde alleen lege. En al verzamelend heeft ie daarbij het leven gelaten. Hij had ondertussen drie kinderen bij mijn Opoe. En toen kneep ie er ineens tussenuit. De molen moest doorgaan, dus voelde mijn opoe zich gedwongen om te trouwen met de meesterknecht van dat moment: Jan Verhoeven (mijn opa). Dat moet rond 1910 geweest zijn. Een 'marriage de raison'. Tegenwoordig ondenkbaar maar toen dacht Meneer Pastoor daar heel anders over.

De Verhoevens hebben dus als het ware de molen gekaapt. En nog groter gemaakt. Technisch en financieel. Zo werd de stoommachine vervangen door een veel krachtigere zuiggasmotor. Een veel groter rendement, want dit was al een explosiemotor.

Opoe heeft ook nog vijf Verhoeven nazaten gebaard. De kinderen op rij

  1. Piet
  2. Jo
  3. Rie
  4. An
  5. Geert
  6. Lee
  7. Mien
  8. Jan
Volgens ingewijden heeft Opa Verhoeven nooit verschil gemaakt tussen zijn eigen kinderen en de Van de Wouws. Toch best knap. Meer later.

1922 - 1938

Onze pa is op 3 mei 1922 geboren als jongste zoon van Jan Verhoeven, de molenaar van Oisterwijk. Het leven was toen hard, voor kleine jongetjes, want ze moesten een soort schort aan tot ze naar school moesten. Wat er allemaal gebeurd is in zijn vroege jeugd weet ik niet meer. Niks spectaculairs, al speelden de scouts wel een bepaalde rol. En de kroeg ook.
Zoals wel meer gebeurde in die tijd mocht de jongste gaan studeren na de zevende klas. Maar onze pa wilde de molen in. Het heeft wel iets om tussen boeren te werken. Een apart soort volk. Maar meer daarover later. En dus werd er niet gestudeerd. Want wat kon er nou veranderen in de wereld?

1938 - 1952

Nou, best veel kon er veranderen. In 1938 werden de reservisten opgeroepen en Ome Piet (die ondertussen een molen en een gezin had in Udenhout aan de Loonse Molenstraat 18) was ook opgeroepen. Alleen: die molen en dat huishouden moesten wel doorgaan! Dus besloot Opa Verhoeven: "dan sturen we onze Jan wel". En dus kon ie op zijn 16e naar Udenhout om daar een gezin over te nemen.

Wat er allemaal precies gebeurd is zullen we nooit te weten komen. De bloemetjes zijn wel flink buiten gezet. En in 1940 werd het best wel spannend daar in de Loonse Molenstraat, aan de rand van de Drunense duinen.

En nog meer denk ik. Als je de omgeving kent snap je het wel. Een verhaal heeft wel indruk gemaakt op hemzelf. De amerikanen hadden in de weilanden achter de molen een batterij geschut staan waarmee ze Wehrmacht artillerie uit moesten schakelen. Ze konden ze allemaal vinden, op 1 na. Dus toen heeft een van de boerenpummels aangeboden om wel efkes te gaan kijken. Want hij had wel een idee waar te zoeken.

De boerenpummel vindt de batterij. En wordt daarbij gepakt door de bewaking. De Wehrmacht officier weet dat ie nu in een moeilijk parket zit en zegt tegen de betreffende soldaat "Erschiessen!". De soldaat neemt de pummel mee het bos in, zegt "Krieg ist aus!", schiet in de lucht en geeft mijn vader een schop onder zijn kont.
Op dat moment was de antipathie voor alles wat duits was dusdanig dat ie zo snel ie kon naar huis rende, de coordinaten aanwees op de kaart en binnen 10 minuten was de wehrmacht batterij uitgeschakeld.

Na de oorlog heeft ie het er nog vaak over gehad. Doordat ie zijn vinger op de amerikaanse stafkaart drukte werd de soldaat die hem spaarde, samen met zijn maten, uitgemoord. Een dilemma dat wij ons moeilijk kunnen voorstellen.

In Oisterwijk voerde Opa Verhoeven zijn eigen strijd. In tegenstelling tot Opa Leermakers had Opa Verhoeven een adagio: "Ik maal niet voor de duitsers" en dat heeft hem veel geld gekost. En hij had nog een tik: "Ik accepteer geen duits geld". Dus betaalde iedereen met de (in principe waardeloze) biljetten van voor 1940. Er moet dus wel een schaduw economie zijn geweest van excentriekelingen want als alleen hij dit had gedaan, dan kon ie nog nit eens een brood ermee kopen.
Na de oorlog had ie dus tassen vol met pre-1940 geld. En toen kwam de zuivering en was alles in 1 klap waardeloos. Normale mensen gaan dan voor de trein staan. De Verhoevens beginnen dan gewoon opnieuw. Want ze weten dat hun rug recht hebben gehouden en meer telt er niet.

In 1952 bleek Opa Verhoeven ziek te zijn. Een soort kanker denk ik. Een paar maanden later was ie dood. En toen werd onze Jan weer naar huis gehaald. Ome Lee had ondertussen ook een eigen molen, in Esch, dus was alleen Geert nog over, en daar was de zaak te groot voor.

1952 - 1968

Toen ie in 1952 vanuit het rurale Udenhout terug moest naar de Metropool Oisterwijk heeft ie een paar keer de enige lege plek op de voorste banken in de kerk ingepikt. Die plaatsen werden tegen grof geld verhuurd aan de notabelen en die ene plaats die hij uitkoos was van de Leermakers.... Van het een kwam het ander en in 1955 trouwde hij met mijn moeder.

Overdag de molen. 's Avonds thuis en bij bekenden meehelpen verbouwen en electriciteit aanleggen. En iedere week in Tilburg naar de nachtfilm.
Tot 1959 ging alles rond de molen met paard en wagen. Maar 1 ronde langs de boeren op De Logt duurde dan al gauw een hele middag. En als de kar vol was, dan liep de menner zelf ook mee, om het paard te sparen.
In 1959 werd een tweedehands vrachtwagen gekocht: een International Harvester 6 tonner. Op benzine. Nu kon je op 1 middag wel twee keer toeren. Ik heb vrijwel mijn hele jeugd samen met mijn vader in dat ding doorgebracht. Mijn vader was mijn held. Ik mis hem nog iedere dag. Samen naar de CHV in Tilburg of Veghel. Of naar de dierenmeel fabriek in Son. Of over de dijkwegen naar Schouten in Giessen, ik meen voor tapioca. Ook haalden we ergens vismeel. Dan stonk alles een paar dagen lang naar vis.

Ondertussen begon de markt te verschuiven. Boeren kochten kant en klaar gemixt meel van de Boerenbond. En wij maalden voor de Boerenbond. En wat kon er nou veranderen? Nou, eigenlijk maar 1 ding: de Boerenbond schakelde over op mengvoeders uit hun fabriek in Veghel. En dus hadden ze geen meel meer nodig en dus de molenaar ook niet. Doorgaan? Of stoppen?
Mijn vader koos voor het tweede. Maar eigenlijk wilde ik gewoon molenaar worden. Lomp doen tussen de andere boeren. Met een oude GMC legertruck langs de boerderijen. En 's zaterdags bakken bier zuipen. Dat viel nu in een keer weg.... Studeren was voor mij de enige optie. Maar dat is weer een ander verhaal.

1968 - 1972

Op 1 april 1968 stopte het contract met de Boerenbond. Ikzelf vind dat de Boerenbond 'ons' redelijk goed behandeld heeft door de nieuwe vrachtwagen over te nemen en allerhande andere kleine dingen die ze echt NIET hadden HOEVEN doen. Ook werd maanden van te voren aangekondigd dat het contract niet verlengd zou worden. De rol die Kees Verhoeven hierin heeft gespeeld zie ik (sinds een jaar of 15) als heel positief en humaan.

Maar mijn ouders keken daar heel anders tegenaan. Zij zagen niet dat de tijd veranderde. Ik ook niet want ik was een kind. Voor mij was het 1 groot spel. En omdat mijn ouders boos waren op de Boerenbond was ik dat ook, uit solidariteit.
Hoe dan ook: vanaf 1 april 1968 begon een moeilijke tijd. Zelf stoppen met je zaak betekent: Geen inkomen. Dus heeft ie een aantal jaren als electricien gewerkt bij Ties Kosters. En toen dat ophield bij de Opstalan, eerst in productie en later in de TD.

1972 - 1974

In juni 1972 lag de jaarlijkse oproep voor het bevolkingsonderzoek op de mat. Dan moest je naar een oplegger komen die bij het gemeentehuis stond. In die oplegger zat een dokter naast een rontgen apparaat. Van iedereen boven de 16 werden dan longfoto's gemaakt. En drie weken na de opnamen lag bij ons een tweede kaartje op de mat: kom aub naar het ziekenhuis voor nieuwe foto's. Nou was onze vader best wel dik dus wij grapten allemaal "De straling kon er niet doorheen pa, ge bent gewoon te dik".

Die lol was zo weg. Hij was niet te dik voor rontgenstraling. Er zaten vlekken op zijn long. Meer onderzoeken volgden. Longkanker. Op zijn 50e. "Wij adviseren om te opereren" zeiden de doktoren. En dan heb je geen keus, denk je. Rond augustus was de operatie. Rond december 1972 kon het werk hervat worden. De hele rechterlong was weggehaald. Maar dat was niet genoeg bleek later. De linkerlong was ook aangetast. De aftakeling begon. Eind 1973 kreeg ie een WAO toekenning. In april 1974 werd het ziekenhuis. Wij (de kinderen) zijn nog een paar keer op bezoek geweest, maar vanaf mei mochten wij niet meer op bezoek. Hij wilde dat we hem herinnerden zoals hij vroeger was.

Op zondag 30 juni 1974 kwam de buurvrouw vertellen dat het ziekenhuis gebeld had. We waren vaderloos. De chirurg (ik meen dat ie Van Ditmars heette) had beloofd dat ie niet lang zou hoeven lijden en ik denk dat hij mijn vader wat geholpen heeft. Daar dank ik de man nog steeds voor, in stilte.
Nu ik mijn moeder heb zien wegteren snap ik pas wat mijn vader destijds verordoneerde ten aanzien van mijn broer en mij.

Pagina gemaakt op 2 november 2008,