Het kleinbeeld filmpjes tijdperk

In 1977 heb ik mijn lievelings camera gekocht, bij (destijds) Foto Hendrix in Eindhoven. Tegenwoordig is dat City foto. Dat was een Minolta XE-5, het goedkopere broertje van de XE-1. De XE familie was door Minolta, samen met Leica ontwikkeld. De verticaal aflopende metalen spleetsluiter was uniek, en doordat ie maar 24 mm hoefde af te leggen, en dus geen 36 mm zoals normaal bij een horizontaal aflopende sluiter, kon er met minder energie en kortere tijden worden gerekend.
In de loop van de jaren heb ik er, vooral, vaste brandpunt lenzen bij gekocht. Je wilde zolang mogelijk met 100 of 200 ASA film kunnen doen, dus moest je lichtsterke lenzen hebben.

Geen zoomlenzen want die gebruik je toch meestentijds alleen in de uiterste standen en ze zijn nooit echt lichtsterk (als je het betaalbaar wilt houden). Voor als het licht het af liet weten had ik een Braun 380 BVC staafflitser.

Maar toen kwam digitaal. Rolletjes werden steeds duurder en moeilijker te krijgen. En dus stap je over op digitaal want je wilt met je tijd mee gaan. Elders op deze site staat uitgebreider welke camera's er in huis waren. In het kort:

De FE 200 bleek iets te donker te belichten. De 720 SW is alijd de beste camera geweest tot ineens het display ermee ophield. Nu is het een "point and shoot" camera maar als iemand hem ooit per ongeluk in macromode zet, of een scene mode, dan is ie daar nooit meer uit te halen.

Natuurlijk zitten er ook camera's in je gsm en smartphone. Maar, als je een Minolta XE-5 gewend bent zijn dat toch maar kiekjes, gemaakt met een pinhole camera. Het bleef maar kriebelen. En dus is het er van gekomen.


Op zoek naar een echte camera

We zijn nu ruim 10 jaar verder en kleinbeeld is helemaal passee. Ondertussen zijn de digitale equivalenten behoorlijk uitgerijpt. In het segment waarin ik zoek zijn ruwweg twee groepen camera's:

De DSLR is in feite een SLR (spiegelreflex camera) waarin de film vervangen is door een digitale sensor en waar de body gevuld is met een computer om de boel bij elkaar te rekenen. Je kijkt nog steeds gewoon, via een spiegel, door de lens naar je onderwerp. Op het moment supreme gaat de spiegel omhoog en wordt de sensor geactiveerd.
De systeemcamera doet het zonder spiegel. Hierbij kijk je door de zoeker op een klein display dat onder de flitser schoen zit. Hierdoor wordt de camera iets duurder maar waarom zou je in godesnaam nog met een omhoog klappende spiegel gaan klooien?

Ik ben, nadat Minolta door Sony de nek omgedraaid is, meer en meer een Olympus man geworden. Zoals al wel duidelijk zal zijn voor iedereen die het hele voorgaande gelezen heeft. Olympus maakt eigenlijk geen dslr's meer maar alleen systeem camera's. Bij Olympus zou het dan gaan om de modellen:

De PEN's zijn een soort compact camera's waarbij je alles doet op het kantelbare display aan de achterzijde. Er is geen zoeker en er zit geen flitser in de camera. Er zit wel een flits schoentje bovenop. Met de knoppen bovenop worden de instellingen gedaan. De PEN's lijken dus op de meetzoeker camera's van vroeger zoals die door Leica en Rollei werden gemaakt.

De OM-D's lijken op de Olympus OM-1 spiegelreflex camera van vroeger maar dan zonder de spiegel. De M5 is de waterdichte versie. De M1 is het vlaggeschip. De M10 is het instapmodel. De grootste verschillen zitten in de electronische gimmicks.

Natuurlijk zijn er ook andere merken en modellen. Hierbij heb ik hoofdzakelijk gekeken naar de Pentax K50 en de Nikon D3300, DSLR's van rond de €400. Maar de pentax is heel moeilijk leverbaar en heeft plastic bajonetten en de Nikon heeft geen beeld stabilisatie en is ook niet echt bedeeld met extra functies.

Ik heb het hele internet afgezocht. En ben toen eerst lokaal gaan kijken. Bij Foto Tuerlings stond een enigszins nerveuze verkoper me naar een Olympus PEN F met 2.8/12-50 mm lens te werken. En ik moest meteen beslissen want hij zou een mooie aanbieding maken. Het zal wel maar bij dit doort dingen wil ik even nadenken.

Bij Foto Jans mocht ik wel zelf kijken. Tegen die tijd wist ik al wel dat het een OM-D zou worden. Goed merk, metalen body, Micro Four/Thirds sensor, veel keuze in lenzen. Uiteindelijk ben ik met een OM-D E-M10 met het pancake 14-42 objectief naar huis gegaan.

De MD-M4/3 adapter

Nou is het natuurlijk eeuwige zonde om al die kilo's aan hoogzuiver optisch glas (in de Rokkor lenzen) te laten verstoffen. En dat hoeft ook niet. Het merk "K&F Concepts" maakt adapters om van de ene bajonet over te gaan op de andere. En ze maken er ook een om van Minolta MD/MC bajonet over te gaan op MicoFourThirds bajonet. Een van de redenen destijds om te kiezen vor Minolta was dat ze de bajonet altijd gelijk gehouden hebben; MD en MC lenzen konden door elkaar gebruikt worden. Canon heeft in die tijd een paar keer de bajonet gewisseld waardoor je je lenzen niet "mee kon nemen naar je nieuwe camera".

De werking is heel simpel: aan de ene kant koppel je je oude lens, en de andere kant koppel je aan de camera. En je kan foto's maken met je oude lenzen. Er zijn wel een paar dingen om op te letten:

Je ultra lichtsterke kleinbeeld objectief wordt nu dus een normale MFT lens. Maar wel een die niet in deze tijd hoort. Onder de 55 mm brandpuntafstand heb je dus niets te winnen. Mijn 28/2.0 wordt een 56/2.8 maar wel met de typische groothoeklens vervormingen.... Ik heb ook nog een RF Rokkor 250/5.6 die door de converter een 500/8 zou worden.

Een adapter is dus leuk, maar meer ook niet. Vroeger had je je lichtsterke objectieven omdat je maar twee of drie soorten filmpjes had (qua ISO waarden). De moderne camera's kunnen de ISO variëren. De sensor is veel gevoeliger dan een analoog 35 mm filmpje. De maximale lensopening is dus veel minder van belang dan in het emulsie tijdperk. Het feit dat lens en camera met elkaar kunnen 'praten' compenseert het nadeel van de lichtsterkte ruimschoots. Alleen in het telelens bereik kun je dus iets met de adapter doen. Weer eens les geleerd.

Een tas

Als je de camera mee wilt nemen (te voet, op de fiets, in de trein) dan is enige bescherming wel prettig. De Olympus is weliswaar van metaal maar hij heeft niet de massa en rigiditeit van de Minolta. Daarom heb ik er, bij Foto Jans, een LowePro 110 AW cameratas bij gekocht. Plaats voor de camera plus 1 accessoire (extra lens, flitser). Eigenlijk zou een kleinere tas (voor alleen de camera met 14-42 zoom) ook genoeg geweest zijn maar je denkt nog aan het oude tijdperk waarbij je naast meerder grote objectieven ook een flitser en filmpjes mee moest zien te nemen. Een tweede tas is misschien toch iets om in overweging te houden.

Een flitser

Door de variabele ISO waarde van de sensor kun je met heel weinig licht nog steeds redelijke foto's maken. De camera heeft een ingebouwde flitser in "het pentaprisma". Ontzettend veel licht komt daar natuurlijk niet uit maar je kunt er hele mooie resultaten mee behalen. Hoe zinvol is dan een externe flitser? Ik heb nog een Braun 380 BVC staafflitser, met ingebouwde 'belichtings computer'. Die kan in 'slave mode' gezet worden: als ie ergens een >--flits--> ziet, gaat ie zelf ook af. Maar de camera weet dat niet. Ik weet niet precies hoe dat verder te gebruiken.

Waarschijnlijk is het met de flitser hetzelfde als met de oude lenzen en de adapter: je kan alles fixen maar het blijft behelpen. In the old days was die flitser onmisbaar. Het richtgetal en de uitlichtings hoek waren de primaire factoren. RG 38 met een 28 mm diffuser was een mooie combinatie. Maar de tijden zijn veranderd en dus de flitsers ook. Als ik een extra flitsertje koop dan wordt het een systeem flitser. Mogelijk een Olympus FL-14 of anders deze Pentona flitser.

Pagina gemaakt op 2 december 2016,