Fietsdynamo's

Ook de fiets heeft een electrische installatie. Niet zo uitgebreid als de andere voertuigen die de wegen bevolken, maar toch: iedere rechtgeaarde fietsers rijdt ook 's avonds en dan heb je minimaal een voor- en een achterlicht nodig. Sommigen gebruiken hiervoor batterijlampjes, maar die zijn vaak leeg als je ze nodig hebt, vooral als er gewone lampjes in zitten. Daarom is de dynamo vaak een eerste vereiste: electriciteit op afroep, door een simpele knop in te drukken.

Gazelle heeft in de 40-er jaren al eens een serie fietsen met naafdynamo uitgebracht, maar dat sloeg niet aan. Men bleef de voorkeur geven aan de flankdynamo die op de zijkant van de voor- of achterband meeloopt. De flankdynamo is vaak een noodzakelijk kwaad. De goedkopere lopen altijd als de band droog en nieuw is. Een situatie die zelden voorkomt in de winter. De duurdere doen het meestal, maar ook niet altijd.
Voor de 365 dagen fietser is eigenlijk alleen de naafdynamo een uitkomst, zeker nu die zonder meer betaalbaar worden. Sterker nog: een goede naafdynamo is goedkoper dan een uitstekende flankdynamo. En het leuke hier is: de goede naafdynamo is ook minstens even goed als de uitstekende flankdynamo. Ik kom hier nog op terug.

Eisen aan de dynamo

Een normale fietsdynamo moet aan de volgende eisen voldoen:

Het probleem met dynamo's is, dat ze het liefst de spanning proportioneel op laten lopen met het toerental. Dat is ongewenst. We willen tussen ca 12 en 32 km per uur een constante 6 Volt hebben zodat de voor- en achterlamp in alle gevallen een goed zichtveld oplevert. De constructeurs van de betere dynamo's (zeg maar: vanaf een euro of 10) gebruiken de hele trukendoos uit de wereld van de magnetische materialen om dit voor elkaar te krijgen. Speciale ijzersoorten voor de magneten. Speciale spoelwikkelingen. Dat alles zorgt ervoor dat de dynamo snel 'in verzadiging' komt en blijft.
Deze trukendoos hebben niet alle dynamofabrikanten. En in de goedkopere modellen van de grote merken is er gewoon geen marge om duurdere technieken toe te passen. Dus kan je beter een keer een iets duurdere dynamo nemen als je regelmatig in het donker rijdt. Je verdient het terug aan uitgespaarde bekeuringen.

Om te voorkomen dat de spanning om een of andere reden toch te hoog oploopt, hebben veel dynamo's ingebouwde zenerdioden. Een zener diode is een stukje electronica dat op een schaar lijkt. Als de spanning even te hoog wordt, knipt ie alles weg dat hoger is dan 6,2 Volt. Dat is heel handig voor het lampje, maar jij, de fietser, mag die weggeknipte energie wel lekker zelf opbrengen via de trappers.
In 1995 heb ik hier bij de nederlandse importeur van Soubitez een gesprek over gehad want toen waren er al uitstekende manieren om alles wat efficienter te maken. Ik werd bijna de deur uit geschopt. Als men het bij Soubitez (die destijds een redelijk goede naafdynamo maakte) niet zelf bedacht heeft, kan het nooit wat zijn. Het bekende NIH probleem: Not Invented Here.
En nog steeds wordt alles mechanisch geregeld bij dynamo's. Vandaar dat ik enkele producten aan het ontwikkelen ben die daar verandering in aan gaan brengen. De techniek is er. Alleen de fabriokanten zijn er nog niet rijp voor. Met mogelijk IdWorx als enige uitzondering.

De ideale dynamo

Hij bestaat. En hij is al in zijn tweede leven: de ideale dynamo. Ik herinner me de fiets van mijn vader die jarenlang in en uithoek van het gebouw stond. Wel licht, geen dynamo en ook geen batterijen. Ik heb het nooit goed begrepen hoe die Gazelle licht kon hebben.
Tegenwoordig is het natuurlijk zo klaar als een klontje: er zat een naafdynamo in het voorwiel. Tegenwoordig worden vrijwel alle fietsen van een beetje een merk ermee uitgerust. Ze slippen niet, werken altijd en leveren een goed vermogen bij een relatief hoog rendement. De ideale dynamo dus. Op mijn Trek 7520 zat ie standaard op. De Multicycle en de Giant Blazer zijn ermee 'retrofitted'. Dat scheelt een hoop gezeur.

De fietsen met een naafdynamo hebben nu ook allemaal een Luxeon LED verlichting van het merk Basta. Altijd licht, zorgeloos, ongeacht het weer. Kijk eens op http://www.rose.nl en zoek naar de wielsets. Men verkoopt handgemaakte voorwielen met hoogwaardige velg, Shimano dynamonaaf en roestvrijstalen DT Swiss spaken. Voor een euro of 50 ben je overal van verlost.

De fiets industrie en het electrisch systeem

Vaak wordt er door de fiets fabrikanten (en dan heb ik het over de volle lijn, dure en goedkope merken) bespaard op het electrisch systeem. Tegenwoordig minder, maar in 1995 was het nog normaal dat alles geld mocht kosten, maar niet de lampjes. Ook merken als Multicycle en Gazelle maakten zich hieraan schuldig.
Tegenwoordig worden er op de topmodellen vaak meteen naafdynamo's gemonteerd, in combinatie met de automatische schakelaar van Shimano. Maar dat ding is ontzettend vaak kapot en komt dan in de 'altijd aan' stand. Je herkent die fietsen van verre. Meestal zit er een bejaarde op, die dag en nacht de verlichting aan heeft. Dat is jammer, want je moet er toch harder door trappen.
Goedkope fietsen worden nog steeds uitgerust met symbolische dynamo's: een metalen busje met de vorm van een dynamo. Er komen zelfs draadjes uit. Maar meestal zijn de draadjes zo dun en stug dat ze snel breken. En ook de dynamo ontbeert iedere vorm van regeling of begrenzing. Een halogeenlampje kan daar best mee leven, maar een normaal gloeilampje niet. Let dus op als je een goedkoop barrel (zoals een chinese oma-fiets) koopt. Je waagt het leven van je kind omdat iemand anders een euro wilde uitsparen.

Pagina gemaakt op 31 december 2006,