Hoe het was...

In de goede oude tijd (jazeker, toen reed iedereen nog op de fiets naar het werk) waren er stoere mannen die in weer en wind de beweegbare bruggen over het kanaal bedienden. Met de hulp van een verrekijker en later een marifoon werd ingeschat waar de boot was, hoe snel die voer en op welk moment de brug open moest.
De brugwachter deed eerst de stoplichten aan, de slagbomen dicht en als de brug vrij was, werd de zwengel in een gat gestoken en middels een forse vertraging werd de brug opengedraaid.

Dat was de mooie tijd van de brugwachters. De tijd dat er een mens aanwezig was om te voorkomen dat jeugd zich aan de brug mee omhoog liet trekken. Een strenge blik uit een uniform was voldoende om te voorkomen dat je op het laatste moment nog even doorreed.

In twee of drie ploegen zaten die mensen in hun huisje te wachten tot de brug open moest. Soms, als er weinig verkeer was en de bruggen dicht bij elkaar, reed de brugwachter op de fiets naar de volgende brug om ook die net op tijd open te doen.
Maar altijd ging de brug snel en betrouwbaar open op een moment dat de boot zonder afremmen door kon varen. Het kon wel eens gebeuren dat je wat langer moest wachten, meestal bij beginnende wachters, maar in het algemeen was je binnen een minuut of 4 weer aan de overkant van de brug.

De vooruitgang.

Een aantal jaren geleden heeft rijkswaterstaat besloten om de boel moderner te maken. Die brugwachters die effectief maar een paar uur per dag werken, dat kon niet meer, dus werden ze allemaal ontslagen. Dat kon blijkbaar wel.
Ervoor in de plaats kwamen per brug:

en daarmee was de gouden tijd van de brugwachters voorbij. Voortaan zit er op een centrale plaats een manneke achter een stel beeldschermen te kijken naar het verkeer op het water en op de wegen. En op gegeven moment trekt die meneer of mevrouw aan een hendel en al het wegverkeer valt stil.

Het gevolg.

De gevolgen van dit alles zijn, dat het bedienen van de bruggen onpersoonlijk robotwerk is geworden. Iemand kijkt en beslist om de brug open te zetten. Vaak gaat dat op een acceptabele manier. Maar vaak ook, is de boot nog 5 minuten varen weg. En dan sta je daar maar in de regen nat te worden. Omrijden naar de volgende brug is te ver en te onzeker.

Vaak overkomt je dit in de bus. Ben je op weg naar het station, heb je 10 minuten speling ingebouwd, zetten ze die @#! brug weer eens (LETTERLIJK) een KWARTIER open. Dan staan er per lijn twee bussen aan ieder kant van die brug te wachten en iedereen die naar het station moest, heeft de trein zeker gemist. En dat alles voor een sliert van 20 'plezier'bootjes die het verrekken om dicht bij elkaar te varen. Ze laten gewoon een gat vallen van een kleine 50 meter en dan moet er dus een kilometer slome bootjes voorbij, eer normale mensen weer verder kunnen gaan met hun leven.

En ook in het stikkedonker trekken ze die brug open. Een slome zandschuit vaart net tussen de dukdalven bij de Waalstraat door, en ik sta alreeds te wachten bij de Oude Lind. 10 Minuten in het donker. Niet echt veilig. Maar rijkswaterstaat heeft haar eigen prioriteiten.

Je kan klagen bij de gemeente, maar die wassen hun handen. In onschuld, niet in kanaalwater. In het gunstigste geval geven ze

het telefoonnummer van Rijkswaterstaat: 013 5 491 491

maar wat moet je daar nou mee? Rijkswaterstaat staat bekend als 'de staat in de staat' want men heeft lak aan iedereen die er niet werkt. Dus heb ik het nummer in mijn GSM gezet, zodat ik de volgende keer direct mijn mening kan geven als ze de brug weer eens VEEL TE VROEG open hebben getrokken voor een slome boot.

Nee, geef mij de brugwachter maar terug. Dat was ook beter voor de werkgelegenheid.

Pagina gemaakt in 2004 en